Over rekken en andere rituelen in de sport

Standard

cover-skepter Sport en bijgeloofSkepter publiceert deze Olympische zomer een leuk themanummer over bijgeloof in de sport. Ik schreef een verhaal over rekken en het eten van eiwit en koolhydraten. Sporters proberen namelijk op allerlei manieren hun prestaties en herstel te bevorderen. De verhalen die daarover worden verteld, klinken onderbouwd en logisch, maar de wetenschap kan alleen bij hoge uitzondering een effect aantonen. Wat resteert is een rotsvast geloof in rituelen.

Neem rekken als standaardonderdeel van de voorbereiding op training of wedstrijd. Wie komende zomer kijkt naar de Olympische Spelen of gewoon een lokale loopwedstrijd bezoekt, ziet sporters hun kuiten strekken of als een reiger op een poot staan, met de hak tegen de bil.

Dat rekken is goed, zo wordt sporters van jongs af aan geleerd. Je wordt er soepel van, je gaat beter presteren en het voorkomt spierpijn. Sterker, zij die niet toegewijd rekken zijn bezig voor te sorteren op een blessure.
Maar goed, menselijke waarneming is beperkt en gekleurd, dus zelfs de opinie van een miljoen sporters kan hierin geen uitsluitsel geven.

Daarmee ligt er een interessante wetenschappelijke vraag of rekken, los van ervaring en traditie echt helpt. ‘Helpen’ is natuurlijk een klungelige term, want het aantal positieve claims is zo divers dat je die nooit in een enkele onderzoeksvraag kunt vangen.

Prestatieverbetering is bijvoorbeeld een heel ander onderwerp dan het voorkomen van spierpijn of verkleining van de kans op een blessure. Nog interessanter is de kwantitatieve vraag: als rekken goed is voor bijvoorbeeld sportprestaties, hoevéél beter word je er dan van?

Meten aan de effecten van rekken vraagt om een goede studieopzet en doordachte protocollen. Want je kunt op veel verschillende manieren rekken en op duizend manieren meten.

Meestal wordt een rekoefening gekoppeld aan een eenvoudige sportprestatie-taak. Zo hebben onderzoekers bijvoorbeeld gekeken of rekken van invloed is op de hoogte van een verticale sprong, wegdrukken van een gewicht of een kort sprintje.

Het beeld dat uit zulk onderzoek naar voren komt is meestal dat rekken eerder de prestaties vermindert dan verbetert: sporters springen minder hoog en ze reageren minder explosief.

Een recente systematische review veegde 125 studies bijeen met daarin het effect van rekken op de score op 278 uiteenlopende sportprestatie-taken. De reviewers zien slechts bij zes taken een prestatieverbetering na rekken, maar er zijn ook veel niet-significante uitkomsten (145). De gemiddelde prestatie-daling berekend met alle onderzoeken komt uit op 3,7 procent. […..]

Het hele artikel is te lezen in het themanummer Olympische Spelen van Skepter.

 

DNA-diagnostiek: alle genen in kaart

Standard

DNA-daignostiekEen stille revolutie, zo kun je de intrede van exoomsequensen in het ziekenhuis noemen.
Inmiddels weten genetici dat spontane mutaties de hoofdoorzaak zijn van veel voorheen
onverklaarbare aangeboren mentale handicaps

Vorig jaar werd van enkele duizenden Nederlanders met een ernstige aangeboren handicap het coderende deel van het DNA (exoom) in kaart gebracht. Op die manier alle genen screenen is inmiddels routine-diagnostiek geworden. De door de verzekeraars vergoede screening kost zo’n € 1.000.

“Daardoor weten we tegenwoordig veel meer over de genetische oorzaken van ernstige aangeboren handicaps”, zegt Joris Veltman, hoogleraar translational genomics bij de UMC’s in Nijmegen en Maastricht en pionier van deze nieuwe diagnostiek.

“Na onze eerste publicaties in 2010 begonnen we het in 2011 op kleine schaal toe te passen in de diagnostiek in Nijmegen. Tegenwoordig voeren we zulk onderzoek routinematig uit bij meer dan twintig verschillende ziekten, waaronder veel patiënten met ernstige verstandelijke beperkingen. We kijken dan
naar het exoom van het kind en de niet aangedane ouders. Dat blijkt heel goed te werken.”

Artikel verschenen in C2W LIFE SCIENCES 5 | 18 MAART 2016

LEDs & OLEDs: de chemie van stralende nanolaagjes in lampen en beeldschermen

Standard

CF318-coverLED-technologie bestaan al jaren, maar toch is de opmars van LED-lampen pas recent echt op gang gekomen. De afkorting LED staat voor Licht Emitterende Diode en verwijst naar een technologie die via halfgeleiders licht maakt uit stroom. Die manier van licht produceren verspilt minder energie dan oudere vormen van verlichting. Voor Chemische Feitelijkheden beschreef ik de ontdekking, productie en chemie van LEDs en OLEDs.

Sinds een paar jaar is LED-verlichting fors in prijs gedaald en daarmee zijn ze een logische opvolger geworden van ouderwetse gloeilampen, TL-buizen en spaarlampen. Nieuwe generaties LED-lampen blijken steeds beter te presteren qua levensduur en lichtopbrengst, zonder dat het stroomverbruik toeneemt.

De ontwikkeling van LED-technologie gaat daarnaast verder met verlichting met organische LEDs ofwel OLEDs. Daarmee kunnen grote lichtgevende oppervlakken en zelfs buigzame folies worden gemaakt. Mogelijk gaan OLEDs in de toekomst een plek veroveren naast LED-lampen.

Deze video geeft een mooie introductie:

In deze Chemische Feitelijkheid:

De Context Wanneer werden LEDs ontdekt en waarom liet LED-verlichting lang op zich wachten?

De Basis Hoe maak je met halfgeleiders licht uit stroom en hoe krijg je alle kleuren van de regenboog?

De Diepte Hoe bouw je met superdunne laagjes halfgeleidende organische moleculen een lichtgevend paneel?

De uitgave LEDS / OLEDS is te bestellen of te downloaden via de site van Chemische Feitelijkheden.

PS: LED’s zijn tegenwoordig heel krachtig:

Karper is al 2000 jaar ’s werelds meest gewilde vis

Standard
Biology and Ecology of Carp

Constanze Pietsch & Philipp Hirsch (2015) Biology and Ecology of Carp. CRC Press. ISBN 9781482206647. Prijs circa 74 Euro.

Het omvangrijke Biology and Ecology of Carp toont dat de mens op zeer verschillende manieren grote belangstelling heeft voor de karper. We leren steeds meer over z’n oorsprong, gedrag, groei en de voorwaarden voor een optimale sportvisserij op recordkarper.

Kaper is de eerste vissoort die de mensheid in gevangenschap ging kweken, en die belangstelling is sindsdien eigenlijk nooit meer overgegaan. Karper is tegenwoordig naast sportvis nog altijd een boerderijdier: een kip met schubben, met een bijpassende industrie die onderzoek doet naar alsmaar beter voer, optimale groeisnelheid en het voorkomen van allerlei ziekten.

Verder kan de karper rekenen op warme belangstelling van biologen die willen begrijpen hoe deze vis zich in z’n natuurlijke omgeving gedraagt, wat ie het liefste eet en hoe z’n voedselvoorkeur van invloed is op de waterkwaliteit. En natuurlijk zijn er sportvissers en beheerders die onderzoek doen om beter te begrijpen hoe je in een water een aantrekkelijk karperbestand kunt krijgen.

Het boek Biology and Ecology of Carp komen al die zaken aan de orde, inclusief het ontstaan en de kweek van fraaie koi-karpers in Japan. Dat geeft een heel divers beeld alle vormen van belangstelling voor deze vis. Het boek laat ook zien dat wetenschappelijk onderzoek, kweek en sportvisserij aan elkaar gelinkt zijn. Dat er tegenwoordig karpers van steeds forser formaat worden gevangen is het resultaat van jarenlange kweekselectie en ecologische kennis voor een optimaal waterbeheer. (…….)

Karpers worden alsmaar groter door gericht kweken en energierijk voer. Foto Mike Rousseau, link  via Photobucket.

Deze boekbespreking is verschenen in Karper 95, jan/feb 2016.

95-Karper_276x366

Zoete vis gaat op de foto, zoute vis gaat in de pan

Standard
Foto Bastet, via Wiki

Foto Bastet, via Wiki

Doordat sportvisserij steeds populairder wordt, stijgt vooral het aantal zeevissen dat wordt meegenomen. Tegelijkertijd wordt in het zoete water het merendeel van de gevangen vis weer teruggezet. Afhankelijk van de visserij zijn er in Nederland opvallende verschillen tussen Catch & Release of Kill & Grill.

Als je kijkt naar de hengelsport zie je een interessante scheidslijn tussen zoet en zout water. Op het binnenwater wordt het merendeel van de gevangen vis vrijgelaten, op zee geldt vaak het tegenovergestelde. Logboeken en fotoverslagen op sites van zeevissers en zoetwaterhengelaars verschillen daardoor sterk. Waar de een meldt dat de vis na een trofeefoto snel uit zicht zwom, eindigt de ander met een paar zinnen over fileren, maaltijd of vrieskist.

Dat onderscheid blijkt ook uit de statistieken. Een paar jaar terug berekende onderzoeksinstituut IMARES het aantal gevangen en weer losgelaten vis door Nederlandse hengelaars in zoet- en zout water. Ze deden die vangstschattingen op basis logboeken van vissers en onderzoek aan de waterkant gedurende twaalf maanden tussen maart 2010 tot februari 2011.

De resultaten van dat onderzoek geven een mooie indruk van de vangsten, en de verschillen in wat Nederlandse vissers doen met hun vangsten. De toppers qua aantallen laten gelijk al een interessant verschil zien. In het zoute water is de makreel de meest gelande soort, met 4.233.000 exemplaren, in het zoete water is dat de blankvoorn met 13.738.000. Van de makreel wordt 90 procent meegenomen: 3.815.000 stuks, ofwel ruim een miljoen kilo. Bij de blankvoorn is dat percentage onvergelijkbaar veel lager: slechts 0,5 procent wordt meegenomen (69.000 stuks). (……….)

Kill & Grill: vangstschatting in zout water door Nederlandse vissers op basis van logboekgegevens en metingen van maart 2010 tot februari 2011.                            

Vissoort Gevangen aantal Meegenomen aantal Percentage meegenomen
Makreel 4 223 000 3 815 000 90 %
Schar 1 604 000 1 043 000 65 %
Schol 1 524 000 948 000 62 %
Wijting 1 251 000 705 000 56 %
Kabeljauw 697 000 527 000 76 %
Bot 816 000 311 000 38 %
Zeebaars 366 000 234 000 64 %
Tong 241 000 204 000 85 %
Aal 297 000 180 000 61 %
Zeeforel/ Zalm 52 000 32 000 62 %

Bron: Van der Hammen, T. & De Graaf, M. (2013) Recreational fishery in the Netherlands: demographics and catch estimates in marine and fresh water. IMARES Wageningen UR Report C147/13.

Catch & Release: vangstschatting in zoet water door Nederlandse vissers op basis van logboekgegevens en metingen van maart 2010 tot februari 2011.

Vissoort Gevangen aantal Meengenomen aantal Percentage meegenomen
Forel* 1 321 000 1 165 000 88 %
Aal 1 228 000 341 000 28 %
Baars 6 250 000 180 000 3 %
Snoekbaars 1 859 000 170 000 9 %
Zeeforel/ Zalm * 152 000 120 000 79 %
Blankvoorn 13 738 000 69 000 0,5 %
Brasem 7 318 000 68 000 0,9 %
Snoek 2 381 000 47 000 2 %
Karper 2 945 000 45 000 1,5 %
Ruisvoorn 8 379 000 44 000 0,5 %

*Zalm, forel en zeeforel worden vooral in kweekvijvers en betaalwater gevangen. Bron: Van der Hammen, T. & De Graaf, M. (2013) Recreational fishery in the Netherlands: demographics and catch estimates in marine and fresh water. IMARES Wageningen UR Report C147/1

Artikel verschenen in Beet/Rovers 10, oktober 2015; hele artikel is te lezen via Beet/ Rovers.

Beet Oktober 2015

Wat vissen horen van lawaai onder de oppervlakte

Standard

Horen zonder orenGeluid reist onder water veel sneller en verder dan in de lucht. En al kunnen vissen prima horen, de reactie op herrie van bijvoorbeeld een buitenboordmotor hangt helemaal af van de vissoort.

Het kan druk zijn op de Nederlandse wateren, zeker tijdens de zomervakantie. Honderden buitenboordmotoren ploegen dan met veel kabaal door kanalen en plassen. Wat geluid doet met vissen is een interessante vraag.

De herrie van een motorboot draagt ver. Water heeft een veel hogere dichtheid dan lucht, waardoor trillingen in water vijf keer sneller verspreiden: 1500 meter per seconde, tegen 300 meter per seconde in lucht. Bovendien verzwakken geluiden in water veel minder snel, waardoor geluidsgolven van een boot over veel grotere afstanden gehoord kunnen worden.

De Deense wetenschapper Christan Skov houdt zich met z’n collega’s bezig met onderzoek aan sportvisserij en visbeheer. Ze vonden het effect van buitenboordmotoren op vissen een onderwerp om eens beter uit te zoeken. Neem bijvoorbeeld sportvissers die vroeg in de ochtend een stil en verlaten water binnenvaren. Schrikken vissen daarvan? En hoelang duurt het eigenlijk voordat de rust onder water is teruggekeerd, nadat de motor is uitgeschakeld?

Artikel verschenen in Beet/Rovers 9 september 2015.

Beet spetember 2015

Ademnood in een warme sloot

Standard

Het lijkt raar, maar ademhalen onder water is ook voor vissen een uitdaging, zeker bij tropische temperaturen. Daarom vluchten vissen als het even kan in echt hete periodes naar koele wateren en levert een fysieke inspanning veel meer stress dan in het koude jaargetijde.

Veel vissen groeien weliswaar harder en worden actiever naarmate in het voorjaar de watertemperatuur oploopt. Ze voelen zich letterlijk meer als een vis in het water bij een graad of achttien dan een graad of acht. Maar ergens ligt er een optimum. Tegen de vijfentwintig graden vinden veel vissen uit onze streken het al niet meer echt prettig, tegen de dertig graden ontstaan er serieuze problemen.

“Dat ligt eigenlijk niet aan de watertemperatuur, maar aan de toenemende zuurstofbehoefte van vissen in warm water”, vertelt Wilco Verberk. Hij is onderzoeker aan de Universiteit van Nijmegen die beter wil begrijpen hoe waterorganismen voldoende zuurstof binnen krijgen. “Ademhalen onder water is namelijk een enorme uitdaging, omdat water twintig tot dertig keer minder zuurstof bevat dan lucht.”

Eenvoudig ademhalen kost een vis tien keer zoveel energie dan een mens, weet Verberk. Vissen moeten kortom veel meer moeite doen om genoeg zuurstof binnen te krijgen dan landdieren. Niet voor niets gebruiken veel vissoorten naast de kieuwen ook hun huid om zuurstof op te nemen. Bij een vis in rust komt tot wel een derde van de zuurstof binnen via het schubbenkleed.

In deze video legt Wilco Verberk uit waarom ademhalen onder water vissen veel moeite kost.

Zodra het water opwarmt, stijgt automatisch het zuurstofverbruik, vertelt Verberk. Dat geldt zelfs voor een vis die stil hangt tussen de waterplanten. “Alle chemische processen verlopen sneller bij een hogere temperatuur, dus in warmer water gaat de stofwisseling van een vis sneller werken en daardoor heeft ie meer zuurstof nodig. Op een gegeven moment raken zuurstofopname en de behoefte uit balans en daardoor ontstaat stress.”

Deze video laat mooi zien hoe temperatuur van invloed is op groeisnelheid en maximale omvang.

Opwarming van de aarde en gemiddeld warmere zomers kunnen zo vissen parten gaan spelen, vertelt Verberk. Eind juni publiceerden Amerikaanse onderzoekers een studie waarin ze kijken naar de gevolgen van opwarming van de oceanen. Ze voorspellen dat veel tropische vissoorten op termijn zich niet rond de evenaar kunnen handhaven door zuurstofstress. “Ook daar zie dat opname en behoefte aan zuurstof in balans moeten zijn, anders kunnen vissen zich in een water niet handhaven”, aldus Verberk. (…………..)

Artikel verschenen in Beet/Rovers 8, augustus 2015.

Beet augustus

Zwemmend langs staal, beton en gehaktmolens

Standard

Vismigratie Trekvis Zalm Fint Elft Haringvliet AfsluitdijkNederland wordt steeds toegankelijker voor trekvis. Het Haringvliet gaat op een kier en de Afsluitdijk is een minder massieve muur geworden. Trekvissen als elft en houting zijn met hulp van de mens bezig met een comeback. Al blokkeert een televisie soms de doorgang.

Vissen die twijfelen, zoeken en zelfs de moed opgeven. Vismigratie-onderzoeker Tim Vriese leest zulk gedrag in gegevens van gezenderde vissen die via de Rijn en Maas stroomopwaarts trekken. Vriese en zijn collega’s van ecologisch onderzoeksbureau ATKB vangen soorten als zalm, zeeforel en zeeprik in opdracht van Rijkswaterstaat in de buurt van Stellendam. Ze implanteren bij de vissen een kleine zender en laten ze aan de zeezijde van de Haringvlietdam weer vrij.

In de grote rivieren legde Rijkswaterstaat detectiekabels neer, die het signaal van de zendertjes oppikken. Dit Nedap Trail-systeem kan individuele vissen volgen op hun weg richting paaiplaatsen in België en Duitsland. Dat wil zeggen: als het lukt om daar te komen. Want er zijn nogal wat obstakels. Zeker voor volwassen zalmen die ooit als jonkie zijn uitgezet in de Maas en de Roer, en die de drang voelen om hun geboorterivier te zoeken. Ten eerste is er de Haringvlietdam.

Vriese: ‘Slechts een beperkt aantal zalmen gaan via die route naar binnen. De meeste zalmen zie je uren of dagen wachten, maar na een tijdje kiezen ze toch de omweg via de Nieuwe-Waterweg. Dat is ook wel logisch, want ze kunnen alleen naar binnen als de dam open staat en het waterpeil binnen en buiten de dam bijna gelijk is. Op andere momenten ligt de stroomsnelheid gewoon te hoog, soms wel 4 á 5 meter per seconde.’ Het is maar goed dat de Haringvlietdam permanent op een kier gaat, zegt Vriese.

Er is zo’n twintig jaar over gesproken. ‘In 2018 gaat het echt gebeuren. Dan wordt een serieus obstakel voor vismigratie in Rijn en Maas opgeruimd. Heel veel trekkende vissoorten lopen aan beide kanten van de dam vertraging op, vooral in perioden als er weinig wordt gespuid. Wachten in de buurt van een gesloten dam levert een verhoogde kans op predatie voor bijvoorbeeld jonge zalmpjes op weg naar zee. Het is dus heel gunstig dat de dam straks permanent op een kier staat.’

Artikel verschenen in Bionieuws 12, 4 juli 2015: deel 1 (pdf) en deel 2 (pdf)

Zeb Hogan: “Driekwart van de monstervissen wordt bedreigd”

Standard

Zeb Hogan InterviewZeb Hogan is eind juni in Groningen een van de topsprekers tijdens de internationale conferentie Fish Passage 2015. De presentator van het National Geographic-programma Monster Fish zal daar vertellen over bedreigingen voor de grootste zoetwatervissoorten en wereldwijde trends in zoetwaterbiodiversiteit.

Hogan vertelt vooraf over z’n onderzoek en het bewustwording van het publiek van wat we moeten beschermen en wat er inmiddels allemaal is verdwenen.

“We zijn gefascineerd door de duizenden kilometers die sommige palingsoorten afleggen en de grensoverschrijdende trekroutes van meervallen in de Amazone en Mekong. Maar tegelijkertijd vergeten we dat de meeste rivieren en beekjes aan de westkust van de Verenigde Staten ooit rood kleurden van de paaiende zalmsoorten. We vergeten ook hoe grootschalig de steurtrek in de Donau was en hoe talrijk jonge zaagvissen eens waren in Zuid-Amerika, Azië en Noord-Australië. Doordat we hun aanwezigheid en hun ongelooflijke migraties vergeten, doen weinig mensen moeite om deze bedreigde trekvissoorten te beschermen.”

Interview in Visionair 36, juni 2015 pdf: Zeb Hogan: In de ban van reuzenvissen.

Negen vragen over pijn bij vissen

Standard

pijn bij vissenDoor de maatschappelijke wens om consumptievis diervriendelijker te doden, blijft het onderwerp ‘pijn bij vissen’ voor discussie zorgen. Vooral de vraag of vissen kunnen lijden staat daarbij centraal. Op grond van de meest recente literatuur daarom negen vragen én antwoorden over pijn bij vissen.

Door de maatschappelijke wens om consumptievis diervriendelijker te doden, blijft het onderwerp ‘pijn bij vissen’ voor discussie zorgen. Vooral de vraag of vissen kunnen lijden staat daarbij centraal. Op grond van de
meest recente literatuur daarom negen vragen én antwoorden over pijn bij vissen.

Artikel Visionair 36, juni 2015 pdf  Negen vragen over pijn bij vissen