BlogOpinie

Waar zijn de journalistieke jaarcijfers?

Buiten oplagestatistieken worden er geen cijfermatige trends gepubliceerd over allerlei facetten van de journalistiek in Nederland. Andere beroepsgroepen laten zien hoe eenvoudig en zinvol het is die data-armoede te bestrijden.

Hoeveel journalisten werken er in Nederland? Hoeveel werken in loondienst en hoeveel freelance? Waar werken ze (krant, tv, online), hoe oud zijn ze en wat verdienen ze gemiddeld? Welke verschuivingen en trends zijn er de voorbij tien jaar te zien?

Allemaal eenvoudige maar relevante vragen. De antwoorden bepalen ons beeld van de ontwikkelingen van de journalistiek in Nederland. Althans, in theorie, want zulke inzichten hebben we niet. De discussie over journalistieke ontwikkelingen wordt namelijk gevoerd aan de hand van ‘steeds meer’ en ‘steeds minder’ analyses. Die wekken de indruk van getalsmatige wetenschap, maar ze volgen hooguit uit vlotte extrapolatie van casussen.

Dat levert meestal geen erg onware beweringen, maar het is wel een grove overschatting van het eigen waarnemingsvermogen. Veel redacties zijn gekrompen, maar dat leert niks over de totale werkgelegenheid in de media. Een flink deel van ontslagen journalisten gaat aan de slag als freelancer, maar dat vertelt niks over de groei van het totale bestand aan freelancers. Sommige freelancers krijgen minder dan 12 cent per woord, maar dat is geen vingerwijzing voor de gemiddelde omzet en winst van Nederlandse freelancejournalisten.

Trends in beeld. Redactionele werkgelegenheid bij Amerikaanse kranten vanaf 1978.
bron: ASNE, grafiek: Pew.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Zulk fundamenteel gebrek aan kennis levert veel vrijblijvende debatten. Zo moddert de discussie over journalistieke opleidingen voort in meninkjes. Alumni worden niet langdurig gevolgd en inzicht in arbeidsmarkttrends en behoeftes is er niet. Daarmee is het debat over vermeende overproductie door journalistieke opleidingen totaal fact free. Hetzelfde geldt ook voor de discussie over freelancetarieven. Bij gebrek aan gegevens strijden overdrijving en relativering om voorrang.

Empirische mist bepaalt ook de inhoud van de eindeloze reeks debatten over de toekomst van de journalistiek. Zekerheden en oplossingen worden daarin met grote stelligheid geponeerd. Zoals: journalisten moeten specialiseren en profileren, want dan verdienen ze beter. Een aannemelijke gedachte, maar vergelijking van cao’s van specialistische vakbladen en nieuws- en dagbladen levert vooralsnog een tegenovergestelde indruk. Voor freelancers is specialisatie een investering en toenemende concurrentie bepaalt de terugverdienmogelijkheden, dus rest de vraag hoeveel meer specialisatie oplevert.

Getallen zijn kortom schaars in discussies over journalistiek. Op de oplagecijfers van HOI na, worden er geen andere trends gepubliceerd. Niet over de Nederlandse journalistieke arbeidsmarkt (fte’s, leeftijdsopbouw), en ook niet over aantallen starters, freelancers of de gemiddelde inkomensontwikkeling. Er zijn hooguit incidentele, kwalitatieve arbeidsmarktanalyses, en onderzoeken die de het onderwerp zijdelings aanstippen. Dit recente onderzoek beschrijft werkgelegenheid bij 26 redacties, maar dat levert alleen een momentopname.

De journalistiek wijkt in z’n gebrek aan inzicht in trends en statistieken af van andere beroepsgroepen in Nederland. Vooral beroepsverenigingen van bèta-beroepen publiceren regelmatig gegevens over de arbeidsmarkt van hun leden. Inclusief inkomensverschillen tussen functies en sectoren en verschillen in carrièrestappen.

Ook internationaal wordt er meer onderzoek gedaan dan hier. De American Society of News Editors monitort jaarlijks fte’s en kijkt daarbij ook naar minderheden. In Engeland verschijnen onderzoeken over de procentuele krimp van nieuwsredacties en de carrièrestappen die ontslagen redacteuren maken. Pew publiceert jaarlijks een met statistieken en analyses doorspekt State of the News Media, waarbij ook de werkgelegenheid aan bod komt.

Opleidingen, universitaire media-onderzoekers, stimuleringsfondsen en vakvereniging NVJ kunnen daaraan een voorbeeld nemen. De Nederlandse journalistiek heeft dringend behoefte aan veel meer gecijferdheid. Feiten zijn heilig, nietwaar?

Voor meer buitenlandse trends, zie: Er zijn teveel journalisten