Alles past altijd in 500 woorden

Bij ScienceOnline Leiden op 30 mei mocht ik spreekuur houden over aantrekkelijk schrijven. Bloggen over wetenschap is geen rocket science. Hieronder een paar tips voor onderzoekers die willen schrijven voor een breder publiek.

    

 

1 Lees

Schrijvers zijn lezers. Vraag maar aan Peter Buwalda, die in z’n leven voorafgaand aan zijn succesdebuut Bonita Avenue een kleine bibliotheek heeft uitgelezen. Met schrijversogen lezen leert je van alles over andermans technieken en stijl. Het beïnvloedt bewust en onbewust de stijlregisters waaruit je kunt putten. Lees dus kranten, tijdschriften, boeken, blogs en reclamefolders. Nieuwsgierigheid helpt, want ook de oude leesmap bij de kapper en een verloren tijdschrift in trein kunnen onverwacht inspireren.

2 Begin gewoon

Schrijftips helpen maar een beetje. Aangeleerde gewoontes kunnen het schrijven in de weg zitten en daar kom je pas achter met de vingers op het toetsenbord. Een wetenschappelijk artikel is qua opbouw en toon nauwelijks te vergelijken met een blogpost van 500 woorden. Door gewoon te beginnen met een eenvoudig blog of tekst leer je direct waar obstakels zitten. En – niet onbelangrijk – of je het leuk genoeg vindt om meer tijd in te steken.

3 Maak meters

Schaatsen, schilderen, schrijven: oefening maakt meester. Door veel te schrijven ontwikkel je een eigen stijl. Oefening draagt ook bij aan schrijfroutine; de weg van idee naar tekst wordt makkelijker. Experimenteer vooral met vorm, toon, emotie en lengte. Proef het verschil tussen een droog nieuwsbericht en een scherpe column. Denk ook aan het gebruik van afbeeldingen of infographics.

4 Ken je publiek

Vooral bij wetenschappelijke onderwerpen is het goed om af te vragen voor welk publiek je schrijft. Voorkennis en opleidingsniveau van het publiek bepalen wat de schrijver moet vertellen en wat achterwege kan blijven. Wie niet-medici wil informeren over Alzheimeronderzoek heeft een andere opdracht dan iemand die zich richt op publiek met interesse voor astronomie. Probeer een levensecht persoon voor de geest te halen, want de ‘geïnteresseerde leek’  is een onbruikbare paspop.

5 Organiseer kritiek

Direct commentaar op een tekst door lezers is een goede leerschool. Reacties en opmerkingen maken duidelijk wat werkt en wat vragen oproept. Soms halen lezers een andere betekenis uit een tekst dan de auteur er met heel veel zorg heeft ingestopt. Tip: neem niet alleen levenspartners en goed ingevoerde collega’s als commentatoren.

6 Stel de waaromvraag

Bloggen over wetenschap kan leuk zijn, maar bioscoopbezoek, een gezinsleven en de krant lezen zijn ook leuk. Waarom zou iemand over wetenschap schrijven? Motieven kunnen sterk verschillen. Van individuele schrijfbevrediging tot het informeren van een breed publiek. Van het deelnemen aan belangrijke publieke discussies tot interactie met collega-wetenschappers. Interactie kan ook helpen bij onderzoek, als het publiek kennis en data kan aandragen. Misschien zit het lezerspubliek niet in Nederland. De motivatie bepaalt dus de inhoud en zelfs de taalkeuze.

7 Kies een podium

Een blog in eigen beheer is zo gemaakt, maar soms is aansluiten bij een bestaande site of groepsblog veel handiger. Daar komt al een geselecteerd publiek en andere bijdragen geven een voorbeeld van stijl en inhoud. Als je toch op een eigen podium wilt gaan staan, stimuleer dan het bezoek via Twitter, Facebook en LinkedIn. Dat is sowieso aan te bevelen. Preken in een lege kerk zonder toehoorders is op termijn niet erg motiverend.

8 Beperk jezelf

‘Een tekst, een boodschap’, blijft een bruikbaar uitgangspunt. Een tekst van 500 woorden is best lang, zeker voor internetbegrippen. Kies dus een centrale boodschap of beantwoord een of twee vragen. Dat verhoogt de kans op een heldere tekst en eenvoud structureert het schrijven enorm. Lange artikelen met scrolfunctie zijn zeker niet verboden, maar dat kan later altijd nog.

9 Onderdruk slijpneigingen

Probeer in eerste instantie door te schrijven, alsof je een beetje haast hebt en het verhaal gewoon even vertelt aan een bekende. Details en exacte woordvolgorde komen later wel. Wie na elke nieuwe zin het voorgaande weer integraal gaat bewerken, uitbreiden en bijslijpen, krijgt vaak een minder resultaat met meer sporen van worsteling. Doorschrijven dwingt je te focussen.

10 Link je rot

“Het past niet!” is een veel gehoorde klacht. Niet geheel onterecht, maar je moet selecteren. Lengte en nuance hebben iets met elkaar te maken, maar lengte en breedsprakigheid ook. Gelukkig zijn er online allerlei oplossingen. Met links naar andere posts, filmpjes en artikelen is het mogelijk om een extra laag en meer diepgang aan te brengen. Je bedient zo met dezelfde post vanzelf een diverser publiek. Bovendien: wat niet past blijft over voor een volgende post.

(Oei, deze post is 780 woorden. Gelukkig zijn tips geen geboden. Je kunt niet zondigen. Aan onderwerpselectie, tekstopbouw, zinslengte en stijl ben ik nog niet toegekomen. Daarover de volgende keer meer. Wordt vervolgd)