Het slappe koord tussen journalistiek en communicatie

4 juni staat de beroepsethiek van de wetenschapsjournalistiek ter discussie op Bessensap. Een van de vragen die dag: ‘Is een wetenschapsjournalist, die ook geld verdient met jaarverslagen of PR-bladen nog onafhankelijk?’

Grappig hoe administratief geworstel met de indeling van wetenschapsjournalisten en communicatieprofessionals (A- en B-leden) in de VWN een discussie over journalistieke integriteit is geworden. Steeds meer VWN-leden combineren journalistiek met communicatiewerk voor bedrijven en instellingen.

Volgens sommigen is die combinatie van rollen en petten altijd een probleem, je MOET kiezen. Ik ben wat minder stellig. Het hangt er helemaal vanaf wat voor opdracht, type klant en type publicatie. Ik schrijf geen persberichten, maar wel achtergrondverhalen voor een journalistiek relatiemagazine van een universiteit. Tegelijkertijd ben ik allergisch voor een al te gemakkelijk ‘anything goes’ bij de combinatie van journalistiek met commerciële werkzaamheden.

Relatie met persvrijheid

Het gaat namelijk over onafhankelijkheid, het belangrijkste journalistieke ideaal. Streven naar onafhankelijke journalistiek is onder meer de reden dat persvrijheid is vastgelegd in artikel 7 van de grondwet, en redacties statuten hebben tegen commerciële inmenging en andere invloeden. Journalistieke onafhankelijkheid is een burgerrecht dat nog dagelijks wordt bevochten.

Onafhankelijkheid is ook een voorwaarde voor het publieke vertrouwen dat journalisten het hele verhaal vertellen, en niet een versie die bepaalde groepen welgevallig is, omdat de journalist andere belangen en loyaliteiten laat meespelen. ‘Independence is an underlying requirement of journalism, a cornerstone of its reliability’, schrijven Amerikaanse collega’s in hun journalistieke mission statement.

Vooral buitenlandse media bewaken die positie met uitgebreide gedragsregels voor relaties met nieuwsbronnen, bijvoorbeeld over bijverdiensten, het aannemen van betalingen en cadeaus of accepteren van persreizen. Doel is om belangenverstrengeling te voorkomen, of de schijn daarvan. Ook als een journalist naar eer en geweten werkt en geen enkele invloed ervaart, is twijfel aan de onafhankelijkheid net zo schadelijk.

Mores in loondienst

Journalistieke onafhankelijkheid draait dus om relaties en de invloed daarvan op het vertrouwen van het publiek in de journalistiek. Dat gaat lang niet altijd om geld. Een journalist die het promotieonderzoek van zijn partner in een lovend stuk in de krant zet, wordt niet door de bron betaald, maar het kan toch vragen oproepen over z’n onafhankelijkheid.

In vergelijking met redacties is voor freelancers veel minder vastgelegd. Ze werken voor verschillende opdrachtgevers en zijn niet gebonden aan een titel of redactiestatuten. Bovendien zijn ze verantwoordelijk voor hun eigen inkomen en journalistieke afwegingen, waarin ze vrij zijn om hun eigen geweten te volgen. En toch: het zou heel vreemd zijn als journalistieke mores rond onafhankelijkheid alleen in loondienst zouden gelden – en dat is ook niet zo.

Ik zie in de praktijk uiteenlopende werkwijzen. Van journalisten die uit principe nooit commercieel of communicatiewerk doen tot degenen die beide zaken doorlopend combineren. Er zijn ook freelancers die bepaalde opdrachtgevers principieel mijden (zoals farmaceuten), terwijl ze wel voor Waddenvereniging, NWO en het Astmafonds werken. Anderen doen geen opdrachtwerk voor partijen die ze in hun journalistieke werk als nieuwsbron kunnen tegenkomen. Er zijn ook grote verschillen in openheid: de een meldt op z’n site alle opdrachtgevers, anderen vermelden alleen vaste journalistieke klanten.

Relaties en vertrouwen

Die verschillende werkwijzen en motieven zijn een uitgangspunt voor discussie. Met als vervolg de vraag onder welke omstandigheden (commerciële) relaties met nieuwsbronnen schadelijk voor het vertrouwen in onafhankelijke wetenschapsjournalistiek kunnen zijn.

Een gewaagde voorspelling: de discussie zal geen consensus leveren of een nieuwe indeling voor A- en B-leden. Niet getreurd, de hoofddoelstelling van de VWN is het ‘kwalitatief bevorderen van het beoefenen van de journalistiek ten aanzien van onderwerpen op het gebied van wetenschap en technologie.’ Die missie is bij voorbaat geslaagd.